Slag om Arnhem

Operatie Market Garden

In september 1944 vond de operatie Market Garden plaats, die eindigde met de Slag om Arnhem. Deze pagina bevat wandelroutes, achtergronden en praktische informatie.

De wandelroutes

Deze vijf wandelingen beperken zich in hoofdzaak tot het landelijke deel van het operatiegebied van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie, aangevuld met de 1ste Poolse Parachutistenbrigade.

Airbornepad Market Garden

Voor langeafstandsliefhebbers en voor degenen die willen wandelen in het strijdgebied binnen de bebouwde kom van Arnhem en in het stuk ten zuiden van de Rijn, heeft wandelvereniging OLAT een Airbornepad Market Garden gemaakt, een 220 km lange route van Lommel (B) via Eindhoven, Grave en Nijmegen naar Arnhem.

De route is aangegeven met groen-witte markeringen en beschreven in een wandelgids. De wandelroutes zijn ontwikkeld in samenwerking met wandelsportvereniging OLAT. Voor meer informatie: www.airbornepad.nl.

Boeken en gidsen

Boeken over de operatie Market Garden en de Slag om Arnhem zijn legio. Het ultieme werk is waarschijnlijk Martin Middlebrooks Arnhem 1944. Penguin Books, Harmondsworth, 1994, dat ook in het Nederlands vertaald is. Daarnaast zijn er talrijke boeken die (deel)aspecten van de strijd belichten, vanuit militair- strategisch, persoonlijk-humanitair, of medisch opzicht. Hier volgt een bescheiden selectie.

  • Harclerode, P., Arnhem, A Tragedy of Errors. Arms and Armour Press, London, 1994.
  • Hibbert, C., The Battle of Arnhem. Batsford/Collins, Glasgow, 1962.
  • Powell, G., The Devil’s Birthday. The Bridges to Arnhem 1944.MacMillan, London, 1984.
  • Kershaw, R.J., ‘It never snows in September’. Ian Allan, Shepperton, 1990. Belicht de Duitse kant.
  • Margry, K., Operation Market-Garden. Then and Now, 2 vols, After the Battle, Old Harlow, Essex, 2008. De gehele operatie Market-Garden in foto’s van toen en nu.
  • Angus, T., (pseudoniem voor G. Powell), Men at Arnhem. Leo Cooper, Londen, 1976. Beschrijft de strijd van het deelnemende 156ste parachutistenbataljon.
  • Baynes, John. Urquhart of Arnhem. The Life of Major General RE Urquhart, CB, DSO. Brassey’s, London-New York, 1993.
  • Fairley, J., Remember Arnhem. Pegasus Journal, Aldershot, 1978. Beschrijft de strijd van het deelnemende verkenningssquadron.
  • Frost, J.D., A Drop Too Many. Cassell, Londen, 1980. Autobiografie van de commandant van het deelnemende 2de parachutistenbataljon.
  • Ter Horst-Arriens, K.A., Een “Regimental Aidpost”. Oosterbeek, Airborne Museum, 1993. Dit boek, dat voor het eerst in 1945 verscheen, beschrijft vooral de humanitaire aspecten van de strijd, toen het huis van de schrijfster werd aangewezen als medische hulppost.
  • Hagen, L., Arnhem Lift. Pilot Press, Londen, 1945. Ook in het Nederlands verschenen. Beschrijft de strijd van een sergeant-vlieger van een zweefvliegtuig.
  • Hey, J.H., Roll of Honour, Battle of Arnhem, 17-26 September 1944, Oosterbeek, Airborne Museum, 1993 (3rd edition).
  • Maassen, G.H., Oosterbeek verwoest, 2 delen, Oosterbeek, 1980, 1985.
  • Milbourne, A., Lease of life. Museum Press, Londen, z.j. Beschrijft de nasleep, fysiek en psychisch, van een deelnemer aan de strijd.
  • N.N., Dagboek van een Oosterbeeks meisje. Septemberdagen 1944. Airborne Museum, Oosterbeek, 1987.
  • Peatling, Robert, No Surrender at Arnhem. Peatling, Wimborne, 2004.
  • Ryan, C., A Bridge Too Far. Hamish Hamilton, Londen, 1974. Ook in het Nederlands vertaald. Beschrijft de strijd van hoog tot laag.
  • Sims, J., Arnhem Spearhead. Imperial War Museum, Londen, 1978. Beschrijft de strijd vanuit de gewone soldaat, een lid van het 2de parachutistenbataljon.
  • Swiecicki, M., Roode Duivels in Arnhem! Elsevier, Amsterdam, 1945. Beschrijft de strijd vanuit het standpunt van de Polen die ten zuiden van de Rijn landden.
  • Urquhart, R.E., Arnhem. Cassell, Londen, 1958. Ook in het Nederlands verschenen. Beschrijft de strijd vanuit de optiek van de bevelvoerende deelnemende divisiecommandant.
  • Van der Vlist, Hendrika, Die dag in september. Unieboek, Bussum, 1975.
  • Hackett, J.D., I was a Stranger. Chatto & Windus. Londen, 1977. Ook in het Nederlands uitgegeven. Een buitengewoon spiritueel verhaal, veel meer dan een ontsnappingsverhaal.
  • Heaps, L., The Grey Goose of Arnhem. Weidenfeld and Nicolson, Londen, 1976. Van de hand van een Canadees die bij de strijd en de operatie ‘Pegasus’ betrokken was.
  • Peelen, G.J., ’t Begon onder melkenstijd. Voorhoeve, Den Haag, z.j. Beschrijft de operatie ‘Pegasus’ vanuit het standpunt van het verzet in Ede.
  • Tatham Warter, A.D., Ontsnapping over de Rijn. Airborne Museum, Oosterbeek, 1999. De auteur leidde, samen met het verzet in Ede, de operatie ‘Pegasus I’.
  • Waddy, J., A Tour of the Arnhem Battlefields. Leo Cooper, Londen, 1999. De beste gids voor ieder die de slagvelden wil bezoeken van de hand van iemand die er zelf bij betrokken was.

Wat is de Slag om Arnhem?

De Slag om Arnhem was de eindfase van de geallieerde operatie Market Garden, die beoogde met grond- (Garden) én luchtlandingstroepen (Market) de bruggen tussen het Belgische Maas-Schelde-kanaal en Arnhem snel in handen te krijgen. Einddoel was om langs Apeldoorn naar het IJsselmeer door te stoten en zo de Duitse troepen in Holland af te snijden. Daarna wilde men over de IJssel naar de Noord-Duitse laagvlakte doorstoten.

Tussen Eindhoven en Nijmegen werden de Amerikaanse 82e en 101e luchtlandingsdivisies ingezet. Het was aan de Britse 1e luchtlandingsdivisie, aangevuld met de 1e Poolse onafhankelijke parachutistenbrigade, om de Rijnbrug bij Arnhem te nemen en te houden tot het 2e Britse leger de lichtbewapende luchtlandingstroepen zou ontzetten.

Men dacht de klus in een paar dagen te klaren, maar de slag duurde toch nog negen etmalen: van zondagmiddag 17 tot dinsdagochtend 26 september 1944. Arnhem bleek een brug te ver. Het doel van de operatie is niet bereikt. Wel werd al die tijd een overmacht van zware tanks en artillerie gebonden in de strijd die deels in Arnhem, maar grotendeels in Oosterbeek is uitgevochten. Als die Duitse troepen de Betuwe hadden bereikt, dan was de Waalbrug bij Nijmegen niet gehouden. Daarover konden de geallieerden pas in het voorjaar van 1945 oprukken.

De themawandeling Oosterbeek gaat voornamelijk over die laatste dagen in wat de Duitsers de Hexenkessel noemden. De wandeling Renkum belicht met name de operatie Pegasus van enkele maanden later, toen een paar honderd achtergebleven geallieerde militairen naar bevrijd gebied over de Rijn werden geholpen. Oosterbeek is vooral een Brits verhaal, hoewel ook Poolse parachutisten daar aan de strijd hebben deelgenomen (zie de betreffende themawandeling).
De 1e Britse luchtlandingsdivisie stond onder bevel van de Schotse generaal-majoor Roy E. Urquhart (1901-1988), die zijn sporen in Noord-Afrika en op Sicilie had verdiend. Hij gold als iemand met grote leiderschapskwaliteiten, moedig en onverstoorbaar en bij hoog tot laag geliefd. De divisie omvatte zowel luchtlandingseenheden met infanterie en artillerie die per zweefvliegtuig arriveerden, als elite parachutisteneenheden die uit transportvliegtuigen (veel Dakota’s) sprongen. Alle onderdelen van de divisie droegen de rode baret (bijnaam Red Devils) op een kleine groep Nederlandse commando’s voor verbindings- en inlichtingenwerk na die de groene baret droegen. De divisie omvatte ruim 10.000 man, uitgerust met allerlei handwapens, mitrailleurs, mortieren, antitankkanonnen, honderden jeeps met aanhanger, fietsen, motoren, scooters, enkele brenguncarriers (lichte rupsvoertuigen) en lichte veldartillerie. Ook beschikten de mannen (vrouwen namen geen deel aan deze strijd) over handgranaten en kneedbommen.

Het aanvalsplan was om op zondag 17 en maandag 18 september met twee luchtbruggen luchtlandingstroepen en para’s per (zweef)vliegtuig aan te voeren. ’s Zondags zouden de 1e parachutistenbrigade en de 1e luchtlandingsbrigade met het divisiehoofdkwartier worden ingevlogen; op maandag zou de 4e parachutistenbrigade volgen en op dinsdag de Polen. De landings- en afspringterreinen lagen op de Ginkelse hei, ten noorden en westen van Heelsum en Wolfheze en bij de Johannahoeve ten noorden van Oosterbeek. De troepen van de eerste luchtbrug zouden in drie colonnes optrekken naar Arnhem: langs de (noordelijke) Amsterdamseweg, de (middelste) Utrechtseweg en de Benedendorpsweg langs de Rijn.
De eerste colonne kwam niet verder dan restaurant De Leeren Doedel, de middelste week voor zware tegenstand uit en liep tenslotte vast bij de KEMA in Arnhem-West. De zuidelijke colonne (2e parabataljon onder bevel van John Frost) bereikte, vergezeld door enkele Nederlandse gidsen maar opgehouden door feestvierende Nederlanders, als enige ’s avonds de Rijnbrug. Dit groepje van 740 man hield het tot woensdag uit en bestond toen nog maar uit circa 140 man. De 4e parabrigade van de tweede luchtbrug op maandag liep meteen ’s avonds vast op de met zware tanks en pantserwagens verdedigde Dreijenseweg en moest na zware verliezen op dinsdagmiddag terugtrekken naar Wolfheze. Tot overmaat van ramp landde daar net de Poolse Brigade die meteen al grote verliezen leed. ’s Woensdags trachtte de 4e brigade door de Wolfhezer bossen Oosterbeek te bereiken, wat met zware verliezen aan mensen en materieel ten slotte lukte.
Van maandag 18 tot maandag 25 september werden de Britten steeds nauwer in het bruggenhoofd Oosterbeek samengedrukt. Op maandag de 18e bezaten zij nog bijna de gehele gemeente Renkum maar op woensdag niet meer dan een eivormig gebied tussen station Oosterbeek-Hoog in het noorden en een lijn in het zuiden, die liep van de Westerbouwing in het westen tot de splitsing van Benedendorpsweg en Grindweg in het oosten. Het volgende weekeinde werd de sector steeds verder samengeperst. In het 1000 jaar oude Benedendorp is volgens opperbevelhebber Eisenhower “één der dapperste gevechten van deze oorlog” gestreden. Van schutting tot schutting en van kelder tot kelder moesten de Duitsers zich een weg banen, ondersteund door zware tanks en rijdend geschut. Beide partijen waren uitgeput van honger, dorst en slaap, maar de strijd ging dag en nacht door. Onophoudelijke granaatregens dwongen iedere militair én burger zich schuil te houden in loopgraven en kelders. Overal lagen gesneuvelden.
In het holst van de nacht van maandag 25 op dinsdag 26 september kwam het bevel aan de airbornes over de Rijn terug te trekken. Dwars door de bossen van de Hemelsche Berg trokken de troepen uit het noordelijk deel van de sector in stromende regen naar het Benedendorp, waar zij langs witte linten door de uiterwaarden naar de rivier werden geleid. In door de geallieerde genie aangevoerde bootjes werd de oversteek onder hevig kruisvuur gemaakt. Ook hierbij kwamen nog velen om. In de vroege ochtend van de 26e werden de noodhospitalen overgedragen. Behalve artsen en verplegers vielen de vijand slechts gewonden in handen. Meteen daarna begon de evacuatie op eigen kracht van de zwaar beproefde burgerbevolking, die pas bij de bevrijding in 1945 in het totaal verwoeste dorp terugkeerde.

Documentaires

Arthur van Essen

Auteur: Arthur van Essen

Emeritus hoogleraar Toegepaste Taalwetenschap, amateurhistoricus en wandelliefhebber.