Doe mij maar een gewone koe
In een gewone uiterwaard
Aan het gewone water van de Waal
Doe mij het licht van vroeger maar
Een boer die als wilg geworteld is
En als het even kan o Heer
De fietser nog een keer
Die ene fietser op z’n Fongers op de dijkdijk

Koos van Zomeren
[Brabants Dagblad]