Tienduizenden Nederlanders pakten bij het mooie weer van de afgelopen dagen de fiets voor een dagtocht. Grote kans dat een flink deel van hen thuiskwam met zadelpijn. Het is althans de meest voorkomende klacht onder fietsers. Terwijl de oplossing in de betere fietswinkel ligt.
Fietsen is gezond, behalve als het zadel niet is toegesneden op het zitvlak, zegt Leo Joosse, eigenaar van een Bike Totaalwinkel in Aagtekerke.

“Het zadel is het belangrijkste onderdeel als het om fietscomfort gaat. Ik kreeg eens een vrouw in de winkel die niet verder kon fietsen dan 4 kilometer. Dan moest ze eerst rusten. Ik heb bij haar een nieuw zadel aangemeten. Een paar dagen later kwam ze op de fiets vanaf Kamperland, 35 kilometer hier vandaan. En ik ga zo ook weer terug, zei ze.”

Een fout die veel fietsers maken, is volgens Joosse dat ze een te zacht zadel kopen.

“Hoe zachter het zadel, hoe dieper je erin wegzakt en hoe meer pezen en bloedvaten worden afgekneld. Een gelzadel bijvoorbeeld zit de eerste paar kilometers heel comfortabel, maar dan krijg je al snel last van tintelende benen en een slapend kruisgedeelte.”

Ook bewegingstechnoloog Elmar Dekker, die een studie deed naar fietszadels, betwijfelt of een gelzadel goed is.

“Ik ben geen tegenstander van gel, als het maar op de goede plaats en in de juiste hoeveelheid gebruikt wordt. Veel gelzadels zijn als het ware een dikke bol waar je in zakt. Daardoor wordt de druk verdeeld over je hele zitvlak, zodat ook de schaamstreek en het stuitje belast worden. Dat zijn echter juist de plaatsen waar je geen belasting wilt hebben.”

Daar komt nog bij dat gel warmte vasthoudt, aldus Dekker.

“Het wordt tussen de benen een zweterige toestand. Daardoor verweekt de huid en wordt die kwetsbaar voor allerlei infecties. Zeker als je fiets niet helemaal goed is afgesteld en je met je zitvlak heen en weer gaat over het zadel, speelt dit probleem je parten.”

De oplossing voor alle zadelklachten is volgens Joosse eenvoudig.

“Twee Duitse ingenieurs van SQ-lab, een ergonomisch laboratorium, hebben gekeken naar de manier waarop het menselijk lichaam contact maakt met de fiets. Wat blijkt? Het zadel moet zo vormgegeven zijn dat alleen de twee zitbeentjes, die deel uitmaken van het bekken, de last van het lichaam dragen. Geen speld tussen te krijgen, zei een huisarts eens tegen me toen hij hier voor een nieuw zadel kwam.”

Opvallend aan het zadel van SQ-lab is dat de neus en het middelste gedeelte van het zadel 2 centimeter lager zijn dan de beide vlakken die de zitbeentjes dragen. Ook zit er een inkeping aan de achterkant, zodat het staartbeentje niet wordt belast. Joosse legt uit:

“Het zadel is gevuld met traagschuim. Hetzelfde materiaal zit ook in antidecubitusmatrassen. De toplaag is van Nanotop, een materiaal met dezelfde vochtregulerende eigenschappen als leer.”

Als de fietser alleen maar steunt op de twee verhoogde vlakken, kan de punt er voor rokdragend Nederland wel af, hield Joosse de Duitsers voor. Maar die vlieger ging niet op.

“De punt is volgens SQ-lab onmisbaar om het evenwicht te bewaren. Ga maar eens op zo’n ovaal rokzadel zitten. Dan glijd je inderdaad alle kanten op.”

Dekker gaat in zijn studie naar fietszadels nog een stukje verder dan SQ-lab.

“In plaats van een verlaging van 2 centimeter, heb ik in mijn ontwerp het middenstuk er gewoon tussenuit gehaald.”

Daarnaast loopt zijn zadel aan de achterkant iets omhoog.

“Door de trapkracht en het gewicht van het lichaam ontstaat er niet alleen een kracht loodrecht op het zadel, maar ook één evenwijdig aan het contactoppervlak tussen zitvlak en zadel. Als de huid en het onderliggende weefsel deze zogenaamde afschuifkracht moeten opvangen, kan dat snel tot problemen leiden.”

Dekker probeerde zijn idee bij de Nederlandse zadelfabrikant Lepper aan de man te brengen. Zonder succes. Inmiddels heeft het bedrijf een ergonomisch zadel in de collectie dat veel weg heeft van het zadel van SQ-lab en het ontwerp van Dekker.
Joosse verloste vorig jaar een kleine 300 mensen van zadelklachten. Zodra hij hen in zijn winkel krijgt, laat hij hen plaatsnemen op een meetkrukje met daarop een stukje golfkarton. Even goed gaan zitten en de beide zitbeentjes laten een afdruk achter. Vervolgens meet hij de afstand tussen beide afdrukken.

“Welk zadel ik dan adviseer, hangt af van het fietsgedrag. Voor iemand die ongeveer rechtop op de fiets zit – zoals meestal het geval is – adviseer ik een breder zadel dan voor iemand die helemaal voorover gebogen zit, zoals op een racefiets. In het laatste geval kantelt het bekken naar voren en liggen de contactvlakken op het zadel dichter bij elkaar. De zitbeentjes zijn namelijk twee boogjes die naar elkaar toelopen en in het schaambeen bij elkaar komen.”

Joosse was de eerste Bike Totaaldealer die het belang inzag van de zadels van SQ-lab.

“Binnen de keten was er veel terughoudendheid. Je moet toch enkele duizenden euro’s investeren in meetapparatuur, terwijl het meest gangbare zadel van SQ-lab voor 65 euro over de toonbank gaat. Bovendien waren er veel meer zadels de revue gepasseerd die de fietser van zadelklachten af zouden helpen, maar toch geen oplossing bleken.”

Na een dag testen met een medewerker van SQ-lab ging Joosse met het bedrijf in zee.

“Het werd zo’n succes dat ze me van Bike Totaal belden of de verkoopcijfers wel klopten. Ze vonden dat er bij mij wel érg veel zadels over de toonbank gingen.”

[Reformatorisch Dagblad] » meer info: nl.sq-lab.com/