Huisartsen weten te weinig over de ziekte van Lyme. Dat concludeert de NVLP, de vereniging van Lyme-patiënten, uit een enquête onder patiënten over hun ervaringen met de huisarts.

De NVLP publiceert vandaag het rapport ‘De ziekte van Lyme, een onderschat probleem’. De cijfers spreken voor zich. Bij tweederde van de ondervraagde patiënten die met een rode vlek naar de huisarts gingen, heeft deze de rode vlek niet herkend. In 85 procent van de gevallen herkende de huisarts de eerste klachten niet als de ziekte van Lyme.

Mensen met chronische Lyme hebben vaak een lange diagnosetijd achter de rug. Bij 69 procent duurde die langer dan vier maanden, bij 49 procent langer dan een jaar en bij iets meer dan een kwart langer dan twee jaar. Oorzaken onder andere: artsen weigeren onderzoek te doen naar Lyme (30 procent) of stellen aanvankelijk andere diagnoses (60 procent).

Ook bestaat er controverse in wetenschappelijke kringen over chronische Lyme. Een deel van de artsen bestrijdt het standpunt van de patiëntenvereniging dat de bloedtest onbetrouwbaar zou zijn. Tweede geschilpunt is het wel of niet behandelen met antibiotica van patiënten die al een standaardbehandeling hebben ondergaan, maar die ernstige klachten blijven houden, zonder dat daaraan aantoonbare organische afwijkingen aan ten grondslag liggen. Moet bij hen de antibioticakuur worden voortgezet?

» lees verder: Trouw
» download het rapport (pdf): NVLP