De meeste vakantiefietsers kiezen voor een nauwsluitende fietsbroek, zeg maar een wielrennersbroek. Daaronder draag je geen onderbroek. Zo’n strakke broek voorkomt irritaties aan de huid door de trapbeweging. Korte fietsbrokken hebben vaak een antislip-elastiek om opkruipen tijdens het fietsen te voorkomen.

Nogal belangrijker dan bij wandelbroeken moet de stof van een fietsbroek aangenaam aanvoelen. Fietsbroeken bestaan doorgaans uit een combinatie van polyamide en elastaan. Hoe meer elastaan, hoe meer ‘stretch’. Soms zijn de naden platgestikt om schuren te voorkomen.

De meeste fietsbroeken hebben een zeemleren kruis. Zonder meer een aanrader. Je krijgt veel minder snelĀ last van zadelpijn. Maar je moet er ook weer geen wonderen van verwachten: zeem is niet bedoeld om een slecht zadel of een slechte zithouding te camoufleren.

Ook bestaan er onderbroeken met zeem. Daarover kun je een wijdere broek aantrekken. Een combinatie met diverse voordelen: je kunt zeĀ los van elkaar wassen, minder broeken mee op vakantie, en je hoeftĀ je met je outdoorbroek ’s avonds in een restaurantĀ niet te generen.

Mijn eigen variant: een combinatie van onderbroek met zeem en een nauwsluitende hardloopbroek. DatĀ heb je vrijwel alle voordelen van een fietsbroek zonder er eentje aan te schaffen.