Zelfs als je geen superconditie hebt, dan hoeft een heuvel op klimmen geen groot probleem te zijn. Het belangrijkste is dat je voldoende lichte versnellingen hebt. Verder belangrijk:

  • Begin je aan een klim, schakel dan naar de allerlaagste versnelling. Bouw dan langzaam op. Dat is beter dan beginnen met een hogere versnelling en dat op den duur niet vol kunnen houden.
  • Fiets vooral niet te hard.  Zorg dat je het gevoel blijft houden dat je eigenlijk nog wel sneller kan. Kies een tempo aan dat je gemakkelijk nog uren kunt volhouden. Vuistregel: je moet nog met een fietsmaatje kunnen praten zonder buiten adem te raken, anders rij je te hard.
  • Blijf vooruit kijken en anticipeer. Zie je dat het verderop wat steiler wordt, pas je tempo dan nu alvast aan.
  • Je kunt af en toe even gaan staan om extra kracht te zetten, maar dit kan ook een teken zijn dat je in een te zware versnelling fietst.
  • Stijgen is ook een mentale kwestie: op tv zie je profwielrenners in volle vaart de berg op vliegen. Maar zij trainen al jaren elke dag, hebben een superlichte fiets en krijgen eten en drinken aangereikt. Zet dat beeld uit je hoofd!