Noord-Noorwegen en Lapland

Noord-Noorwegen, Finnmark, ligt grotendeels boven de poolcirkel. Samen met het noorden van Zweden, Finland en het Russische schiereiland Kola heet dit gebied Lapland. Het is geen apart land, maar een aanduiding van een ruig en dunbevolkt gebied.

De middernachtzon en het noorderlicht trekken toeristen aan. Velen hebben de Noordkaap op hun lijstje van favoriete bestemmingen staan. Het liefst in juni, als het bijna 24 uur per dag licht blijft. Even zo veel mensen dromen ervan om ’s winters het noorderlicht te zien. Noord-Noorwegen is de beste plek ter wereld om dat verschijnsel mee te maken.

Vanuit Utrecht is de afstand naar de Noordkaap zo’n 3000 km. Er loopt een spoorlijn van Oslo naar Bodø. Daarvandaan is er een goede busverbinding met de Nordnorge-ekspressen naar Alta. Het snelst reis je natuurlijk met het vliegtuig; er zijn lijnvluchten tussen Oslo naar Bodø en Tromsø. Een speciale manier om naar het noorden te reizen is met de Hurtigruten van Bergen naar Kirkenes.

Noord-Noorwegen bestaat uit fjorden, bergen en toendra’s met moerassen. Er leven nog wolven, beren en lynxen in het wild. Elk voorjaar drijven de bewoners (lappen, of Saami) hun rendieren van het binnenland naar de kust waar ze vers gras kunnen eten. Een heel spektakel, kijk maar eens naar dit filmpje!

Het noorden van Noorwegen is voor de doorgewinterde wandelaar een ultieme uitdaging. Er zijn weinig voorzieningen, je bent op jezelf aangewezen. Het terrein is zwaar: rotsachtig, moerassig, en weinig duidelijke paden. Maar de hoogteverschillen zijn niet al te groot. Hou rekening met lange afstanden. Het is er vaak koud, het kan regenen of zelfs sneeuwen en hagelen – ik spreek uit ervaring – en het kan hard waaien. Zo hard dat je je afvraagt of je tent, ook al is-t-ie nog zo goed, het wel houdt. Maar je krijgt er veel voor terug. De meeste wandelaars maken een meerdaagse trektocht, de ultieme manier om het gebied te doorkruisen. Zie ook bij Wandelmogelijkheden.

Veel ervaren fietsers dromen ervan ooit naar de Noordkaap te rijden. Het zuiden van Noorwegen is nog redelijk dicht bevolkt. Er zijn wel een paar wegen waar je niet mag fietsen (E-wegen). Hoe noordelijker je komt, hoe stiller en bergachtiger het wordt. Langs de kust maak je veel extra kilometers omdat je telkens om de fjorden heen moet rijden. Door het binnenland gaat het sneller. De grote afstand tussen de dorpen maakt het lastig om inkopen te doen; noodmaaltijden zijn geen overbodige luxe. Veel fietsers nemen terug de trein, de boot (zie Hurtigruten) of een (langeafstands)bus. Allemaal fietsvriendelijke vormen van transport.
www.nordnorge.com/en
www.nordkapp.no/en/

Auteur: Sietske de Vet

Specialist in fiets- en wandelroutes, tekst en redactie.