Als je geen georganiseerde reis boekt en je eigen weg kiest, is het handig om de basis van navigatie in de vingers te hebben. Dat voorkomt verdwalen.

Er zijn twee belangrijke manieren om je als buitensporter te oriënteren en te navigeren.

1. Navigatie met kaart en kompas

De oudste methode, oerdegelijk en nog steeds prima. Koop een setje topografische kaarten (1:25.000 of 1:50.000) die precies je bestemming of trektocht dekken, en in combinatie met een kompas zoek je daarmee je weg. Prima navigatiemethode, in de meeste gevallen toereikend, zij het iets minder nauwkeurig dan gps.

2. Navigatie met gps

Gps – oftewel satellietnavigatie – is in de afgelopen 20 jaar sterk opgekomen.

Een paar voordelen

  • Meer precisie: gps geeft je veel meer informatie dan een kompas, je weet altijd waar je bent.
  • Nieuwe gebruiksmogelijkheden: gps is handig om gelopen routes vast te leggen en uit te wisselen.
  • Extra hulpmiddel bij noodsituaties: bij dichte mist en noodweer kan gps mensenlevens redden.

Een paar nadelen

  • Je moet wel even de tijd nemen om gps-navigatie onder de knie te krijgen.
  • In dichte bossen of andere situaties heb je soms geen ontvangst.
  • Batterijen kunnen leeg raken.

Voor gps-ontvangst heb je twee mogelijkheden: een smartphone of een gps-ontvanger. Welke van de twee je ook kiest, gps werkt voor buitensporters heel anders dan voor automobilisten.
Gebruik je een smartphone? Voor tochten in de natuur is Google Maps niet geschikt, gebruik daarvoor andere kaarten-apps.
Gebruik je een gps-ontvanger? Die werkt echt heel anders dan de TomTom in de auto.

De keuze: kaart en kompas, of navigatie met gps?

Een pasklaar antwoord is lastig te geven. Wat je ook kiest, het blijft een persoonlijke keuze. Daarnaast spelen ook de bestemming en het seizoen mee. Is de kans op slecht weer relatief groot? Dan is gps vermoedelijk een veiliger keuze. Kom je dagenlang niet in de buurt van een stopcontact? Papieren kaarten doen het altijd.

Zelf kies ik doorgaans voor een tussenvorm: ik neem altijd een topografische kaart mee (lekker veel overzicht, en niet onbelangrijk: het gezin kan meekijken als er belangrijke keuzes moeten worden gemaakt), plus als extra referentie een navigatie-app op mijn mobiele telefoon (incidenteel gebruik spaart stroom).

Wat ik hiermee maar wil zeggen: probeer wat mogelijkheden uit en ontdek wat voor jou wel en niet werkt. Uiteraard kun je zelf een andere keuze maken. En als je die keuze al hebt gemaakt, dan ben je welkom om die hieronder in een reactie te delen.

Mocht je echt geen idee hebben wat je moet kiezen, dan toch een algemene tip: probeer eerst de smartphone uit. Want die heb je meestal toch al, en een goede navigatie-app, inclusief bijbehorende kaarten, hoeft niet veel te kosten. En willen je reisgenoten of gezinsleden graag met je meekijken, uit enthousiasme of uit gezond wantrouwen? Ze kunnen gewoon dezelfde app installeren op hun telefoon en dezelfde gps-track inladen.

Mocht een smartphone als navigatiemiddel uiteindelijk toch niet bevallen – omdat de batterijen snel leeg raken, omdat je telefoon niet waterdicht is, of om een andere reden – dan kun je een van de alternatieven overwegen: een moderne gps-ontvanger, of toch dat oude vertrouwde duo kaart & kompas.

Oefenen en ervaring opdoen

Of je nu kiest voor een kompas, een gps-ontvanger of een smartphone met navigatie-app: zorg dat je ermee overweg kunt. Met name gps-ontvangers vragen iets meer tijd om in de vingers te krijgen, ze barsten werkelijk van de features. Je leert het vooral in de praktijk. Maak er een paar dagwandelingen of fietstochten mee, of probeer ‘m uit als je naar je werk gaat.

Wessel Zweers

Liefhebber van wandelen, kanovaren en fietsen. Kaartenfreak. Oprichter Trek 11.

Latest posts by Wessel Zweers (see all)