Klaas van der Poel

Doorgewinterde pelgrim, gerechtelijk ICT-deskundige en bijenhouder.
Klaas van der Poel

Latest posts by Klaas van der Poel (see all)

    Het plan

    Een pelgrimstocht naar Polen? Dat vergt wat uitleg. Pelgrimspaden van her en der naar Santiago, Rome, Assisi en andere zuidelijke bestemmingen zijn inmiddels gemeengoed. Wij hebben er zelf ook al heel wat verkend, Helen en ik, al ruim 40 jaar getrouwd, samen zo’n kleine 10.000 km wandelervaring. Je wordt dan een beetje verslaafd aan het inpakken van je rugzak, het dichtslaan van de voordeur en het zetten van de ene voet voor de andere. En niet te vergeten aan het genieten van de natuur, van de stilte, van elkaars gezelschap en van de vele onverwachte ontmoetingen met steden, mensen en heiligen van allerlei allooi. Dus zochten we naar een voortzetting van die mooie ervaringen.

    Maar waarom naar Polen? Twee belangrijke redenen. Ten eerste: In Polen ligt Czestochowa en in Czestochowa is een heiligdom van Maria. In dat heiligdom hangt een ikoon, die de Zwarte Madonna wordt genoemd. Echt zwart is ze niet, maar wel een beetje ‘gekleurd’ door de kaarsjes die al zo’n 700 jaar voor haar beeltenis gebrand worden. In de middeleeuwen is zij naar Oost Europa gekomen, vanuit Constantinopel. Kunsthistorici zeggen dat ze daar waarschijnlijk tussen de 6de en de 9de eeuw is geschilderd, maar de legende zegt dat ze is geschilderd door St Lucas (de evangelist, die ook het kerstverhaal in detail heeft opgetekend). Een bijzonder kenmerk van de Zwarte Madonna is verder dat ze een sabelhouw over haar rechter wang heeft, ooit opgelopen bij een schermutseling met ‘andersdenkenden’. De beeltenis en het klooster waar ze hangt zijn verder nauw verweven met de geschiedenis van Polen, en ook nu nog ligt ze na aan het hart van het Poolse volk. De officiële statistieken zeggen dat er jaarlijks 4 miljoen pelgrims naar Czestochowa komen – waarvan 200.000 te voet. Een beetje pelgrim mag daar toch niet ontbreken?

    De tweede reden om naar Czestochowa te wandelen is dat het van hieruit een voor de hand liggend doel lijkt: Naar het Zuiden zijn we al geweest en naar het Noorden en Westen stuit je al gauw op de zee. Czestochowa is in rechte lijn zo’n 1400 km hier vandaan, een mooie afstand voor een pelgrimstocht. Het klimaat is hetzelfde als hier – meestal redelijk wandelweer en tussen Nederland en Polen ligt Duitsland, het land waar ‘fernwandern’ zo ongeveer is uitgevonden, waar een netwerk is van Naturwanderwegen en waar het goed is van eten en drinken en waar je de mensen kunt verstaan (dat geldt helaas niet voor Polen). Als dan nog blijkt dat er in Duitsland een Jakobspad is dat, als je het van hier bekijkt, een heel eind recht naar het Oosten loopt, dan is een besluit gauw genomen.

    Nu nog een route. Op het eerste gezicht lijkt het simpel: bijna pal naar het Oosten. Er zijn geen woeste rivieren of hoge bergen die je dwingen om omwegen te maken. En er zijn tegenwoordig ook geen lastige landsgrenzen meer waar je rekening mee moet houden. 1400 km vertaalt in zo’n 60 dagen wandelen, een respectabele tocht, maar te overzien. Maar vervolgens wordt het wat lastiger: er is geen “Genootschap” zoals dat van Sint Jacob of van Rome, waar voorgangers je inlichtingen kunnen geven over de route. Er zijn (tenminste tot nu toe) ook geen reisbeschrijvingen van pelgrims die kant op. Maar misschien is dat ook allemaal wel onderdeel van de aantrekkingskracht van deze tocht. Van het laatste stuk door Polen zijn kaarten – laat staan wandelkaarten – heel lastig te vinden. Google biedt natuurlijk wel iets, maar dat valt niet mee. Refugio’s of andere pleisterplaatsen voor pelgrims? In eerste instantie niet, maar met enig zoeken zijn er in de meeste steden onderweg op Internet wel hotels en B&B’s te vinden. En dan blijkt er uiteindelijk ook nog een Jacobspad te lopen, in westelijke richting, van Görlitz aan de Duits-Poolse grens naar Vacha (in de buurt van Kassel) – en op een pad dat recht naar het Westen gaat kun je natuurlijk ook naar het Oosten lopen. Het boekje daarvan geeft op veel plaatsen pelgrimsonderkomens aan. Bemoedigend. Al met al kost de tocht echter nogal wat voorbereidingstijd. Vragen, bellen, zoeken: wij waren er op de achtergrond meer dan een jaar mee bezig. En het wordt natuurlijk pas serieus als je aan de tocht begint.

    De tocht

    We trokken onze voordeur achter ons dicht in het vroege voorjaar van 2007 en nu, voorjaar 2010 en 1399 km en 58 wandeldagen verder, zien we met groot genoegen terug op een mooie, ontdekkende en inspirerende pelgrimstocht. Wij braken de tocht in 4 grote brokken, waarbij we – om praktische redenen – na ieder brok weer naar huis terugkeerden en dan een paar maanden of een jaar later weer begonnen waar we gebleven waren. Hier zijn de 4 brokken:

    Door Nederland

    Zoals gezegd, van thuis (Wassenaar) recht naar het Oosten. Met de drie boekjes van het Marskramerspad in de hand. Routes en overnachtingsplaatsen staan er in, dus dat gaat altijd goed. Wij vonden het ook een heel mooi pad: het Hollandse polderland tot voorbij Utrecht, dan de Utrechtse heuvelrug en de bossen en heidevelden van de Veluwe, gevolgd door het coulissenlandschap van Salland en Twenthe. Hier en daar sneden we wat af en liepen we ons eigen(wijze) pad, alles bij elkaar 317 km in 10 dagen.

    Door West-Duitsland

    Natuurlijk is Duitsland al 20 jaar verenigd, maar West en Oost bleken toch verschillende ervaringen. Vanaf Oldenzaal vonden we al snel drie goed aaneen sluitende wandelwegen in West-Duitsland. De Töddenweg gaat van Oldenzaal naar Osnabrück, 131 km door het vlakke Westfaalse land, waar het vol staat met gedenktekens van de handel die in vroeger eeuwen bloeide tussen dit gebied en het ‘steenrijke’ Holland. Het is vertrouwd en gastvrij land. Van Osnabrück volgden we de Wittekindsweg. Mooi wandelen over een beboste bergkam, met prima onderkomens in de dorpen en hier en daar een fors Denkmal voor Kaiser Wilhelm of Otto von Bismarck. Vanaf de Porta Westfalica hadden we een beschrijving van de Weserberglandweg. 191 km door het hartland van Duitsland, gedeeltelijk langs de rivier de Weser, maar meestal door de bossen en heuvels er omheen. Leuke stadjes zoals Hameln en Rinteln en tot onze verrassing een heus middeleeuws pelgrimsoord in Gottesbüren. Het was een ‘sportief’ pad met lange etappes, maar hele plezierige onderkomens.

    Door Oost-Duitsland

    Daarbij kregen we – na veel zoeken – hulp in de vorm van een gids van een Jacobspad vanaf Eisenach tot Görlitz aan de grens met Polen: Der Ökumenische Pilgerweg. Het gidsje gaat wel van Oost naar West en vergt dus wat achteruit denken en terugbladeren, maar het beschrijft een goed beloopbare en interessante weg, met prima overnachtingsmogelijkheden. Het gebied zit vol met bezienswaardigheden waar we ruim gebruik van gemaakt hebben, vooral in steden als Eisenach, Ehrfurt, Merseburg, Leipzig en nog vele andere. Over de 441 km deden we 16 dagen, met nog een cultureel uitstapje naar Dresden.

    Door Polen

    Er is een (Duitstalige) gids van de voortzetting van het Jacobspad vanaf Görlitz (Zgorcelec) verder tot Wroclow (Breslau), matig aangegeven, maar toch goed te lopen en de steden bieden goede overnachtingen. Daarna wordt het pionieren. Na veel zoeken vonden we een set bruikbare 1:100.000 kaarten en daarmee lukte het om de volgende 240 km naar Czestochowa te overbruggen. Modderen met de taal, de route en verblijfplaatsen, maar de behulpzaamheid van de mensen maakt veel goed.

    De aankomst in Cestochowa was zonder meer indrukwekkend. Het heiligdom op de ‘stralende berg’- Jasna Gora – is fraai en vol historische betekenis, en de ikoon van de Zwarte Madonna – Czarna Madonna – is er echt. Op de Jasna Gora zelf is een groot en gastvrij pelgrimsverblijf waar het goed een paar dagen toeven is.

    Besluit

    Het is dus gelukt: het pelgrimsdoel is bereikt en we hebben ook deze pelgrimsweg in ons op gezogen. Het was een afwisselende, soms uitdagende, maar altijd genoeglijke wandeltocht. Of beter gezegd pelgrimstocht, want we hebben steeds gelopen in het besef dat we pelgrims waren, op weg naar een doel: Maria in haar vermomming als de Zwarte Madonna van Czestochowa. Ook onderweg hebben we bewust de pelgrimsgeest wakker gehouden, met bezoeken aan plaatsen als Gottesbüren, Ehrfurt, St Mariënstern, Trebnica en een heleboel naamloze heiligdommen en kapellen daar tussen in. Daarbij zijn we op veel andere belangwekkende plekken gestuit, vaak bij verrassing , zoals Bodeswerder (de baron van Münchhausen), Eisenach (de Wartburg), Leipzig (de Nicolaïsäule), Wroclow (het panorama van Raslawice) en nog vele anderen. Het grote doel: Czestochowa- Jasna Gora – Czarna Madonna stelde ons zeker niet teleur, in tegendeel we vonden het een inspirerend en goed heiligdom, een plek vol oprechte vroomheid en het was goed om dat in deze moderne tijd mee te beleven. Dat sluiten we in ons hart.

    Het kan dus – een pelgrimstocht naar Polen.