Klaas van der Poel

Doorgewinterde pelgrim, gerechtelijk ICT-deskundige en bijenhouder.
Klaas van der Poel

Latest posts by Klaas van der Poel (see all)

    Jeruzalem – mijn vaderstad

    Misschien ken je het lied nog wel waarvan de bovenstaande woorden de aanhef zijn. Jeruzalem is immers door de eeuwen heen een wenkend perspectief geweest voor mensen die zich om de een of andere reden voelden aangesproken door de stad waar Christus heeft geleefd, is gestorven en verrezen. Priesters, ridders, eenvoudige mensen, voor wie Jeruzalem iets betekende. Bijna twintig eeuwen lang was Jeruzalem weliswaar een wenkend, maar voor de meeste ook een onbereikbaar perspectief, waarvan je alleen maar kon zingen. Het is ver: van onze landen uit, hemelsbreed ongeveer 3500 kilometer en via een beloopbare weg dus minstens 6000 km. Dat is ruim twee keer zo ver als naar Santiago en drie keer zo ver als naar Rome. Reken op een jaar onderweg als je gaat lopen. Je kon ook over zee gaan, maar dat was al niet veel sneller en veel duurder. Bovendien was de weg erheen meestal uiterst onveilig, niet alleen door de natuurlijke hindernissen, maar ook door rovers, moordenaars, ziektes en oorlogen. Toch bleef Jeruzalem, een wenkend perspectief – en ze trokken er heen, pelgrims, door de eeuwen heen.

    De moderne technologie maakt natuurlijk alles anders. Met een vliegtuig ben je in ongeveer 4 uur daar. Veel mensen maken zo ook hun moderne pelgrimstocht. En dat is goed. Maar sommigen spreekt toch iets anders aan. Zij zien een pelgrimstocht niet alleen als het bereiken van een doel, maar als een weg die je af moet leggen, op eigen kracht, liefst lopend, gevaren trotserend, problemen oplossend, vasthoudend, met een doel voor ogen. Eigenlijk net zoals de middeleeuwse pelgrims het deden. Voor die mensen is dit stukje geschreven. Zij hebben – net als mijn vrouw Helen en ik – al veel kilometers te voet afgelegd. Pelgrimspad, Camino de Santiago, Via Francigena. Nu wenkt het ultieme perspectief: een pelgrimstocht naar Jeruzalem, in het voetspoor van al die pelgrims die ons door de eeuwen voorgingen.

    Onze voorgangers

    In de vierde eeuw na Christus trok Helena, de moeder van Keizer Constantijn de Grote naar het heilig land. Ze zocht en vond het heilig kruis en bouwde een kerk op de plaats van de verrijzenis. Niet veel later beschreef St Egeria haar tocht – als vrouw alleen, in die tijd – van Spanje naar Jeruzalem. Karel de Grote wilde wel naar Jeruzalem en correspondeerde er over met de machthebbers in Turkije, maar hij kwam er niet aan toe om te gaan. Wie wel gingen waren de kruisvaarders, (voor hun routes, zie hieronder) met in hun kielzog grote groepen pelgrims. Daar waren er niet weinig bij uit onze streken: Godfried van Bouillon, graaf Robert van Vlaanderen, en later per schip een hele expeditie uit Holland en Friesland, die als “geschenk” uit Egypte een aantal klokken mee terug brachten die nu nog in de toren van Haarlem hangen. Een met naam en toenaam bekende kruisvaarder uit deze streken is een zekere Gerlach. Die ging naar Jeruzalem en kwam terug en vestigde zich vervolgens als kluizenaar in het Geuldal. Hij overleed ‘in de geur van heiligheid’ in 1165 en zijn graf wordt nog vereerd in Houthem St Gerlach.

    Het liep mis met de kruistochten, maar toch bleven mensen de tocht naar Jeruzalem ondernemen. Ben Wasser (zie bronnen) geeft een samenvatting van de dagboeken van een twintigtal pelgrims die tussen 1400 en 1800 van hier uit Jeruzalem bezochten. Via Venetie ging men meestal. Daar scheepte men zich in en liet zich dan door de Venetianen, langs diverse steunpunten, naar Palestina brengen.

    Dan is het even stil en begint de moderne technologie langzaam de voettocht te vervangen door de package tour. Tot het begin van de 21ste eeuw. De laatste jaren is er een toenemend enthousiasme voor verre voettochten: Lange Afstand Wegen worden Grandes Randonnées, en worden Europese Paden. We hebben de schelp verdiend en de gekruiste sleutels op de rugzak gehangen. Jeruzalem, de palmtak, wenkt nadrukkelijk. Er zijn enkele verslagen van mensen die, ieder op hun eigen wijze, de tocht van de Lage Landen naar Jeruzalem als voetganger hebben volbracht. (zie literatuur).

    Wegen naar Jeruzalem

    De rechte weg over land van Nederland naar Jeruzalem loopt door Duitsland, over de Balkan, langs Constantinopel, dwars door Turkije, Syrië en Libanon. Het is de weg die Godfried van Bouillon en de zijnen namen. Ik noem het daarom maar de weg van Godfried van Bouillon. Een moeizame weg, door (ook nu nog) niet bijzonder geciviliseerde landen en over veel natuurlijke hindernissen. Deze weg heeft ook Johanna van Fessem genomen en recent ook Francois-Xavier de Villemagne en Sebastiaan de Fooz.

    Historisch gezien zijn veel pelgrims naar Jerusalem via Italie gegaan, Venetië, Genua, Bari of Brindisi. Vanuit die havensteden dan per schip, via het vaste land van Griekenland of via eilanden zoals Korfu, Kreta en Cyprus ergens naar de kust van Libanon of Palestina. Dit is de route die Richard Leeuwenhart, koning van Engeland in de 12de eeuw heeft genomen en het is ook de weg die Herman Post heeft gevolgd. Deze weg heeft het voordeel dat Rome ongeveer halverwege ligt, een goed punt om de reis te onderbreken en vandaar uit eens rustig te kijken hoe het verder moet. Het is een wat minder gevaarlijke weg misschien, met overigens nog genoeg hindernissen (de Alpen, Zuid-Italie, de Griekse bergen) om een aanmerkelijke uitdaging op te leveren. Zo lijkt het dan ook binnen het bereik van de moderne pelgrim om een droom waar te maken: als pelgrim naar Jerusalem.

    Een moderne voettocht naar Jeruzalem

    Een verhaal van een voettocht naar Jeruzalem via de route van Richard Leeuwenhart vind je in het boek van Helen en Klaas van der Poel (zie literatuur). De route die wij uiteindelijk volgden is hieronder weergegeven.

    Op deze site is deze tocht in vier stukken beschreven:

    Het laatste deel vind je hieronder, de drie voorgaande etappes staan elders op deze site.

    De Israel Trail

    Mijn vrouw Helen en ik gingen in 2002 op weg naar Rome, tenminste dat zeiden we tegen elkaar en tegen onze vrienden, maar stiekem wisten we wel dat we in de richting van Jerusalem liepen. In 2003 bereikten we Rome. In 2004 arriveerden we in Bari en in 2005 eindigden we op Rhodos, in het zicht van de Turkse kust. Thuisgekomen lazen we de schaarse beschikbare reisverslagen van voorgangers er nog eens op na. Het werd ons duidelijk dat een wandeling door de Turkse bergen en de Arabische landen voor ons (man en vrouw van ‘gevorderde’ leeftijd) geen goed idee was: te gevaarlijk. We zochten op Internet naar scheepsroutes. Die moesten er zijn, maar waren er niet. Dan maar geheel of gedeeltelijk vliegen. Dat werd uiteindelijk geheel: van Amsterdam naar Tel Aviv, in een paar uur moeiteloos. Daar namen we een dag de tijd om ons verder te laten voorlichten over de wandelmogelijkheden. Het werd The Israel Trail, een – toen nog – vrij nieuw wandelpad, buiten de steden om, door Israelisch gebied van de Golan hoogte in het Noorden tot de golf van Akaba in het Zuiden, met Jerusalem halverwege. We maakten kennis met de geestelijke vader van de Trail (Dani Gaspar) en bemachtigden een set 1:50.000 kaarten van het betreffende gebied. De Israel Trail bleek een gouden ontdekking: Het is een heel mooi natuurpad, de markering is subliem en het brengt je via allerlei interessante plaatsen tot voor de deur van Jerusalem.

    Weliswaar niet zonder problemen: kaarten en routebeschrijvingen bestaan alleen in het Hebreeuws, er zijn nergens nachtverblijven aangegeven en het pad beklimt iedere berg in zicht. Makkelijk is het dus niet, maar mooi en (in)spannend wel.

    De volgende dag bracht de bus ons naar Tveria aan het meer van Galilea. Aan het meer bezochten we eerst enkele plaatsen die bijzonder met Jezus verbonden zijn: Tabcha, Cafarnaum, de berg van de zaligsprekingen. We vonden het bijzonder inspirerende en tot de verbeelding sprekende plaatsen. We sliepen in de jeugdherberg in Suqoq en vandaar begonnen we te wandelen. De gevolgde route staat in detail elders op deze site. We volgden het pad langs het meer van Galilea, via Nazareth tot ongeveer Zippori. Vanwege het slechte weer pakten we daar de bus naar Haifa. Kort na Haifa pikten we de trail weer op en liepen, eerst door de sinaasappel- en bananen plantages en later langs het strand, tot bijna in Tel Aviv. Vervolgens om Tel Aviv heen tot aan Latrun. Daar vonden we gastvrijheid en een welverdiende dag rust in het klooster van de Trappisten. Vandaar was het nog maar drie dagen door het bergland van Judea naar de poorten van Jerusalem. Alles bij elkaar liepen we er 15 dagen over. Eten en slapen lukte uiteindelijk altijd, mede door de hulp van veel vriendelijke en behulpzame mensen, zowel Israelis als Palestijnen. Meestal vonden we een hotel of kibbutz om te overnachten, maar we sliepen ook wel in kloosters, bij mensen thuis of onder de sterren. Dat kon goed, want de nacht was warm en droog, en alleen de jakhalzen hielden ons wat uit de slaap. Zo stonden we op Goede Vrijdag 2006 op een plaats waar we 4 jaar naar toe hadden geleefd: voor de poorten van Jerusalem – mijn vaderstad. Dan gaat er wel iets door je heen.

    Jeruzalem, het doel bereikt

    Door Jaffa poort liepen we – als zo vele pelgrims voor ons – Jeruzalem binnen. Dan ben je dus in een Midden-oosterse stad. We doken de souk in en slaagden er uiteindelijk in de kerk van het Heilig Graf te vinden. Op Goede Vrijdag om 12 uur, op het tijdstip van de kruisiging van Jezus, stapten we de kerk binnen, gebouwd op de plaats van Golgotha. Het schouwspel en de belevenis zijn onbeschrijfelijk. De hele Christenheid was daar bijeen en beleefde, ieder op zijn manier, de kruisiging van de heer. Wij ook. We gingen door bergen en dalen en om 3 uur was het ook voor ons volbracht. In trance liepen we de kerk uit, volgden de Via Dolorosa, verlieten de stad, klommen langzaam de Olijfberg op en meldden ons bij de zusters van het Maison d’Abraham, ons verbijf in Jerusalem.

    We bleven nog vier dagen in Jerusalem en snelden van hoogtepunt naar hoogtepunt. Op het feest van de verrijzenis van de heer reikte de Patriarch van Jerusalem ons een oorkonde en herinnering uit aan onze pelgrimstocht. We bezochten de ene na de andere plek waar Jezus was geweest, had gegeten en mensen had genezen. We bezochten de heilige plaatsen van de moslims en de Joden en baden met hen mee. We dwaalden door de souk, bezochten musea en praatten met mensen. Toen waren we voldaan en keerden langs een andere weg naar onze woonstede terug.