Klaas van der Poel

Doorgewinterde pelgrim, gerechtelijk ICT-deskundige en bijenhouder.
Klaas van der Poel

Latest posts by Klaas van der Poel (see all)

    Een pelgrimstocht naar Rome moet je doen en ieder doet het op zijn of haar eigen manier. Misschien is één van de mooiste kanten ervan wel het avontuurlijke, dat je toch steeds weer voor verrassingen wordt geplaatst en dat je voortdurend bezig bent met de problemen van de dag en van de minuut en met de interpretatie van je eigen ervaringen.

    Maar toch …… hebben veel mensen wel behoefte aan een beetje steun en wat aanwijzingen van mensen die voor hen gingen. Wij ook. We zijn maandenlang naarstig zoekende geweest naar allerlei informatie: over de route, overnachtingsmogelijkheden, wat voor kleren, kaarten, hoeveel geld moet ik meenemen. Om aan die behoefte een beetje tegemoet te komen volgen hieronder 10 punten, geen 10 geboden, maar 10 hints over dingen die misschien kunnen helpen om de tocht nog mooier en nog plezieriger te maken.

    Kaarten

    In Nederland lopen we bij voorkeur op de 50.000 kaarten van de ANWB. Van Belgie vonden we 50.000 kaarten bij Bever Sport. De Franse 100.000 kaarten van Michelin vonden we prima. Ze zijn overal te krijgen (ook in Frankrijk). Van Zwitserland kregen we bij Pied a Terre een set 50.000 kaarten (wel duur). Italië is een probleem. De 200.000 kaarten van Shell (bij de ANWB) zijn goed, maar weinig gedetailleerd. Soms zijn bij Informatione Turistica lokale kaarten te krijgen, maar die stellen meestal niet veel voor. Van sommige streken zijn er 100.000 kaarten (bij Pied a Terre), maar die zijn verouderd en onvolledig.

    Wandelgidsen

    Voor wie vlot Italiaans leest is er de prachtige rapportage van Grazioli en Corbellini, maar die lui lopen veel langs snelwegen. Ook wij volgden nog al eens wegen, meestal landwegen. Onze route staat elders op de site. In Toscane van San Miniato tot Siena hadden we een heel mooi gidsje: La Via Francigena in Val d’Elsa. Verder hadden we een routegids (in het Italiaans) van d’Atti en Cinti. Soms klopte het, maar een paar keer zijn we er zo mee verdwaald dat we hem op de bodem van de rugzak gestopt hebben. Tegenwoordig (bijna 10 jaar na onze tocht is natuurlijk alles veel beter: Er is een Nederlandse vereniging www.pelgrimswegen.nl . Die heeft een gids uitgegeven: Op pelgrimstocht naar Rome. Die mag je niet missen. Maar om je eigen weg te vinden moet je maar kijken en vragen.

    Overnachten

    Wij hadden geen tent bij ons en zochten meestal een eenvoudig hotelletje (via de Guide Michelin, via de syndicat d’initative, of door te kijken en te vragen) of een bed&breakfast (via de Guide Gites de France). Als het lukte vroegen we onderdak bij kloosters, soms een dagje vooruit bellen, maar soms ook gewoon inlopen. Als je de regel van Benedictus in acht neemt moet dat eigenlijk altijd lukken. Wij hebben hele goede herinneringen aan de Grote St Bernhard, Mortara, Pontremoli, San Gimignano, Siena, Monte Oliveto en Sutri. In Italie hebben we veel steun gehad van het Vademecum dat te krijgen is via www.francigena-international.org. En tegenwoordig zijn er natuurlijk heel wat boeken en gidsen die adressen bevatten.
    Taal: In Italië helpt het wel erg veel als je tenminste een mondje Italiaans kent, anders snappen ze je echt niet. Voor Frankrijk geldt dat eigenlijk ook. Je hebt zo veel meer gezelligheid en contact als je een beetje een gesprek kunt voeren. In Nederland, België en Zwitserland is de taal natuurlijk geen probleem en heb je alleen een positieve en enthousiaste uitstraling nodig.

    Paden en bordjes

    In Nederland en Belgie liepen we veel over fietspaden, met prima bordjes. Gaat altijd goed, vooral buiten het vakantieseizoen. Helaas lopen in Frankrijk de GR’s allemaal de verkeerde kant op. Dat wordt dus nogal eens asfalt, maar wij vonden Franse D-weggetjes meestal geen bezwaar. Zwitserland staat vol gele bordjes die fiets- en wandelpaden aanduiden. Het kostte ons drie dagen om uit te vinden hoe je die gebruikt. Ze zijn altijd goed en laten je niet in de steek, maar hebben de neiging erg door de bergen te lopen. In Italië kun je absoluut niet op bordjes en borden vertrouwen. Soms gaat het een tijdje goed, maar op de eerste dag na de Grote Sint Bernard waren wij al verdwaald.

    Weer en seizoen

    Door Nederland en België en Noord Frankrijk hebben wij in de winter/ vroege voorjaar gelopen. Prima, lekker rustig. Door Oost Frankrijk, Zwitserland en Noord Italië in de zomer. Ook goed, maar in de Po vlakte moesten we echt ophouden: veel te heet en barstens vol muggen. Van de Po vlakte tot Rome in April. Prima, maar sneeuw in de Apennijnen en best veel regen. Conclusie: de hitte in de zomer is het grootste probleem. Maar in de winter (tot ongeveer juni) kun je de hoge Alpen passen zoals de Grote St Bernhard niet over. Vroeger liep men in de zomer ’s nachts.

    Wat mee te nemen

    Dat is eenvoudig: alles wat je thuis laat is mooi mee genomen. Als je echt iets nodig hebt kun je het onderweg altijd wel kopen. Een bijzonderheid: Wij hebben altijd een flink stuk stevig plastic bij ons om op te zitten, op/onder te liggen. Een zakmes, een kompas en een liter water. Zo mogelijk niet meer dan 10% van je lichaamsgewicht.

    Openbaar vervoer

    In principe en als het moet is dat er wel, maar meestal niet als jij wil. Op het platteland van Frankrijk en Italië zijn de bussen schaars (meestal ’s ochtends en ’s avonds). Desnoods krijg je wel een taxi, maar dan moet het wel echt nodig zijn. Wij gaven onszelf soms dispensatie om in en uit een grote stad (Besancon, Siena, Lausanne) de trein of de stadsbus te nemen. Spaart een hoop gedwaal door industriegebieden. In Italië zijn een paar stukjes waar we (zonder schaamte) de trein aanbevelen: tussen Pontremoli en Aulla en tussen Carrara en Pietrasanta.

    Stempelen

    Het hoeft natuurlijk niet, maar het is toch leuk om in de sacristie van de St Pieter een Testimonial op te halen. De Association Via Francigena (AVF) of de vereniging Pelgrimswegen sturen je op verzoek een stempelboekje net als dat voor Santiago. Wij vonden het meestal ook een goede binnenkomer in de lokale parochiekerk en een aanleiding voor een kop thee en een verzoek om onderdak. Doen dus.

    Wat kost dat?

    Het heeft ons dus 63 dagen van ons leven gekost. En ieder één paar schoenen. Verder heeft het ons met zijn tweeën toch wel ongeveer 70 Euro per dag gekost: Slapen, eten, drinken, dingetje hier, dingetje daar en de reis terug. Een dikke 4000 Euro dus. Kun je een heleboel weken voor naar de Costa Brava. Maar dat is geen vergelijk, toch?

    Websites

    www.viafrancigena.com
    Een commerciële, maar wel informatieve site van het Italiaanse deel van de route. Vrij veel achtergrond, meest in het Italiaans.

    www.francigena-international.org
    De site van de Association Via Francigena, een vereniging met hele bruikbare gegevens en met het doel om pelgrims bij te staan.

    www.pelgrimswegen.nl
    De site van de vereniging Pelgrimswegen naar Rome. Veel courante details en ervaringen van wandelaars en fietsers.