Waarom Santiago?

Santiago de Compostela, gelegen in het noordwesten van Spanje, is als doel van pelgrims (te voet en per fiets) ongetwijfeld de meest bekende plaats in West Europa. Iedere wandelaar heeft er wel van gehoord. Velen dromen er van, en velen hebben de tocht inmiddels volbracht. Dat is geen geringe prestatie, want het is ver: vanuit Nederland zo’n 2500 km en als je je beperkt tot het Spaanse gedeelte (dus vanaf de Pyreneeën) toch nog zo’n 800 km. Dat betekent dus voor het hele stuk ongeveer 100 dagen en voor het Spaanse stuk een maand lopen. Maar wie de tocht onderneemt is niet alleen. Al ruim 1000 jaar zijn mensen ons voor gegaan en de laatste jaren arriveren er in Santiago ieder jaar rond de 100.000 pelgrims op eigen kracht. Er zijn dus mensen om je heen en vooral aan het eind ben je met velen, soms zelfs heel erg velen. Dat is soms inspirerend, maar soms ook lastig. Santiago is een doel van pelgrims om verschillende redenen: Het is een oude Keltische weg naar het verre Westen, naar het einde van de wereld – finis terrae, het is een plaats en streek die door de Spaanse koningen (met wat hulp van onze Karel de Grote) het eerst op de Moren werd veroverd en waar ze dus wel graag Christenen naartoe wilden hebben, maar bovenal, het is de plaats waar volgens de overlevering de relieken van de apostel Jacobus de Meerdere, de beschermheilige van Spanje, liggen en waar het dus goed bidden moet zijn. Daarom gingen in ieder geval onze voorouders. De legende wil dat het lichaam van Jacobus, nadat hij in Palestina was onthoofd, in een stenen boot zijn gelegd waarin twee van zijn discipelen meereisden. De boot bereikte vanzelf de Galicische kust, waarna het dode lichaam werd begraven aan de berg Libredón. Het apostolische graf was al in de vergetelheid geraakt, totdat in 813 de kluizenaar Paio het herontdekte. Na de ontdekking groeide de graftombe uit tot een belangrijke plaats voor Spanje en Jacobus speelde als ‘Matamoros’ een grote rol in de herovering van het land op de moren. In de middeleeuwen werd Santiago een trekpleister voor de hele Christenheid, met name de Franken. De weg van Frankrijk naar Santiago werd de Camino Frances en zo heet ook nu nog de weg die de meeste pelgrims uit de Lage Landen volgen.

De weg naar Santiago

Hoe je moet lopen naar Santiago hangt er – uiteraard – vanaf waar je vandaan komt. Voor mensen uit Nederland en België ligt het voor de hand om door Frankrijk te gaan, maar ook dan zijn er nog drie traditionele wegen: de westelijke via Parijs (langs de Tour St Jacques), de middelste via Vezelay in de Bourgogne en de Oostelijke vanaf Arles. Maar er zijn ook andere paden: paden die beginnen in Polen, in Zwitserland, of in Sevilla, Barcelona of Lissabon. En ieder van die routes kent weer varianten. Het goede nieuws is dat er tegenwoordig van deze (en andere) routes uitgewerkte beschrijvingen zijn en er is een keur van boeken en reisverslagen die informatie en ervaringen geven. Deze informatie is met name te krijgen via de nationale verenigingen van pelgrims naar Santiago. In Nederland is dat het Genootschap van Sint Jacob (www.santiago.nl). Voor Vlaanderen is dat het Vlaams Genootschap (www.compostelagenootschap.be). Behalve informatie voor pelgrims geeft het Genootschap een pelgrimspas uit. Dat is een document waarop de pelgrim – als hij dat wil – stempels kan verzamelen in de steden en dorpen langs de route. In ruil voor een goed gevulde stempelkaart ontvangt hij dan in Santiago zijn ‘Compostela’ de officiële oorkonde dat hij zijn pelgrimstocht heeft volbracht. In de middeleeuwen was dit voor misdadigers (zondaars) voldoende om kwijtschelding van straf te verkrijgen. Het Genootschap heeft ook allerlei nuttige informatie voor pelgrims, onder andere over overnachtingsplaatsen (refugio’s) onderweg. Het beheert ook zelf een aantal refugio’s zowel in Nederland als verder onderweg. Voor de beginnende Santiago pelgrim is wellicht de meest nuttige informatie die het Genootschap te bieden heeft het boekje Praktisch Pelgrimeren door Joop van der Meulen (zie literatuur). In Nederland zijn enkele wandelpaden ontwikkeld die gaan in de richting van Santiago. Het zijn met name het Pelgrimspad (LAW 7) van Amsterdam naar Maastricht en het Japikspaad dat loopt van St Jacobiparochie in noord-west Friesland naar Hasselt in Overijssel.

En als je er bent

Dan is het feest: De grote kathedraal kun je niet missen, je ziet hem al van verre staan. De menigte dwingt en dringt je naar het plein. Op het plein voor de kathedraal is er muziek en groepen pelgrims vanuit alle hoeken van Europa (en Brazilië). In de kerk is het prachtig, Het beeld van Jacobus is daar en je kunt hem omarmen (als de rij niet te lang is). Er hangt een geur van wierook, het orgel speelt en als je geluk hebt zwaait het reusachtige wierookvat. Buiten, in de officina, krijg je je Compostela en voor wie ooit zonden gedaan mocht hebben is er een flinke aflaat. En dan ontmoet je al die mensen weer die je onderweg hebt leren kennen en met wie je samen opgetrokken bent – naar je pelgrimsdoel: Santiago, de heilige magneet, die mensen trekt uit de hele wereld. En daarna is het een paar weken afkicken, weer gewoon leren doen, je foto’s ordenen, je dagboek bijwerken en – uiteraard – een boek of tenminste een website schrijven, zodat je je belevenissen kunt doorgeven aan al die mensen die nog na jou op pelgrimspad zullen gaan.

 

Auteur: Klaas van der Poel

Doorgewinterde pelgrim, gerechtelijk ICT-deskundige en bijenhouder.