Wat maakt wandelen op sneeuwschoenen leuk?

Allereerst een bekentenis: jarenlang leek sneeuwschoenwandelen me een toch wat suffe bezigheid. Totdat ik het een keer uitprobeerde. En ik was meteen om. Het was fantastisch.

Een sneeuwschoenwandeling is een heel andere ervaring dan een langlauftocht of een dagje skiĆ«n op een drukke piste. Je wandelt buiten de piste door de (vaak verse) sneeuw in stille en verlaten gebieden. Als dan ook nog de zon schijnt, levert dat onvergetelijke plaatjes op. Je bent nog vrijer en wendbaarder dan op langlaufskiā€™s. En ook bijzonder: vaak zie je ook talloze dierensporen, die je op de piste nooit zult zien.

Enkele voordelen

  • Je kunt de gebaande paden gemakkelijker verlaten.
  • Wandelen op sneeuwschoenen vraagt minder techniek dan langlaufen of skiĆ«n. Je pikt het vrij snel op.
  • Je hebt er ook minder speciale uitrusting voor nodig. Alleen sneeuwschoenen en in sommige gebieden een lawinepieper, voor de rest kom je met een standaard (berg)wandeluitrusting al een heel eind. Dat maakt het een stuk goedkoper dan skiĆ«n.
  • Door deze laagdrempeligheid is het ook gemakkelijker om meerdaagse sneeuwschoentochten te ondernemen. Bijvoorbeeld langs berghutten, of misschien zelfs met de tent op de rug.

Zijn er ook nadelen?

Eigenlijk kan ik er maar ƩƩn bedenken: je mist de kick van het skiƫn om op volle snelheid te kunnen afdalen. Bepaal voor jezelf hoe groot dit gemis is.

De sneeuwschoen

Sneeuwschoenen zijn strikt genomen geen schoenen, maar een soort tennisrackets die je onder je eigen bergschoenen bindt. Dankzij hun breedte zak je lang niet zo diep in de sneeuw weg. Aan de onderkant zitten scherpe punten, waardoor je niet snel uitglijdt.

Sneeuwschoenen hebben verstelbare gespen, waarmee je die aan je eigen schoenen kunt vastmaken, ongeacht je schoenmaat. Soms hebben ze een extra beugel onder de hak, die je kunt kantelen om in bergachtig terrein je kuiten minder te belasten.

Als je voor het eerst gaat sneeuwschoenwandelen, dan hoef je niet meteen sneeuwschoenen aan te schaffen. Bij veel buitensportwinkels kun je ze ook huren. En als je een georganiseerde sneeuwschoenwandelreis boekt, dan worden ze vaak door de organisatie geregeld. Mocht je de volgende keer besluiten om ze alsnog zelf aan te schaffen: reken op 60 tot 200 euro.

Wandelstokken

Mijn eigen ervaring: neem altijd wandelstokken of skistokken mee, ook bij relatief lichte of eenvoudige tochten. Ze geven extra stabiliteit en vooral op langere tochten zorgen ze ervoor dat je knieƫn wat minder belast worden.

Verdere uitrusting en kleding

  • Stevige, waterdichte wandelschoenen.
  • Een skibroek, of een wandelbroek in combinatie met gamaschen.
  • Winddichte handschoenen.
  • Een zonnebril, of nog beter: een skibril.
  • Kleding: eigenlijk kun je prima volstaan met een standaard wandel- of ski-outfit. Meerdere lagen over elkaar is handig. En hou ermee rekening dat je bij stevige tochten aardig kunt zweten, dus liever synthetische dan katoenen lagen.

De eerste keer

Mijn eerste ervaring met sneeuwschoenwandelen was met een gids – en daar was ik erg blij mee. Hij gaf ons allerlei tips en trucs, en belangrijk: maakte ons vertrouwd met het gebruik van een lawinepieper.

Tientallen wandelreisbureaus in Nederland organiseren sneeuwschoentochten. In sneeuwrijke gebieden kun je vaak op ter plaatse bij toeristische instanties informeren naar de mogelijkheden om een tocht met een gids te boeken.

Looptechniek

Wandelen met sneeuwschoenen pik je dus vrij snel op, maar het is handig om een klein beetje techniek onder de knie te hebben, met name het traverseren.

Lawinepiepers

In bergachtige gebieden een absolute must om mee te nemen: de lawinepieper. Dit filmpje legt uit wat voor apparaatje dat is.

 

Een lawinepieper bij je hebben is Ć©Ć©n, maar daarmee iemand zoeken die onder de sneeuw ligt, vraagt toch wel enige oefening.

Wessel Zweers

Liefhebber van wandelen,Ā kanovaren en fietsen. Kaartenfreak. Oprichter Trek 11.

Latest posts by Wessel Zweers (see all)